Home
Sleattemermar

Verslag bezoek skutsjemuseum

23 maart 2019

Om tien uur verzamelen 15 “Sleattemermarders” zich bij het clubhuis op het Tsjamkedykje. Op deze zonnige dag staat er een koude wind en we zoeken beschutting achter het clubhuis. De deelnemers verdelen zich over de drie grootste auto's en vertrekken richting Earnewâld, waar het Skûtsjemuseum gevestigd is.

    

Age Veldboom, skûtsjekenner, schipper, oprichter en drijvende kracht achter het skûtsjemuseun, is achter het museum druk met het schilderen van een mast als we ons bij hem melden. Hij laat zich meteen kennen als een gedreven verhalenverteller: Het waarom van het schilderen; welke materialen je wel of niet dient te gebruiken bij het onderhoud van een mast; zijn mond staat niet stil en een ieder die een vraag stelt, krijgt uitgebreid antwoord.

Als hij klaar is met zijn schilderwerk troont hij ons mee naar het binnenste van het museum. Een gezellige ruimte met de sfeer van een bruine kroeg. Een tafel gemaakt van een houten zwaard prijkt in het midden. Al pratend zet hij koffie, deelt oranjekoeken uit en begint, nadat hij zich heeft voorgesteld, met zijn verhaal over het ontstaan van het museum, de 50 enthousiaste vrijwilligers, de skûtsjes...
“Alle dingen en materialen hebben een verhaal”, begint hij en pakt een model van een skûtsje. Wijst het piepkleine roefje aan, waar de schipper met zijn vrouw en vele kinderen, tien of meer, in huisden. De Friese Skûtsjes waren gebouwd op snelheid, de Groningse daarentegen waren groter en zwaarder om zo veel mogelijk vracht te kunnen vervoeren. Elke tocht was weer een wedstrijd om zo snel mogelijk de vracht aan wal te krijgen. Schepen zonder motor, maar wel met vrouw en vaarboom. De schippers hadden grenzeloze ervaring om de schepen over de vaarwegen van Friesland te jagen. Het waren snelle, smalle, niet te lange, maar wel ondiepe, platbodems, speciaal gemaakt voor de vaak smalle, bochtige, ondiepe sloten, vaarten en kanalen in het Friese land. Ze vervoerden mest, suikerbieten, aardappelen onder de luiken. Aanvankelijk werden de skûtsjes van hout, maar sinds 1900 werden ze van ijzer gebouwd. IJzer is veel duurzamer dan hout. Een bijkomend groot voordeel was ook, dat deze geklonken, ijzeren schepen niet lekten, zodat er niet meer gepompt hoefde te worden...

  

Als de koffie en de koeken op zijn gaan we naar de smederij, waar het vuur brandt en de hamer op het aanbeeld slaat. Een, naar later blijkt 81-jarig smid, smeedt hier, zoals te verwachten valt, het ijzer als het heet is. Hij slaat alsof het niets is gaten in het staal, slaat puntjes aan stalen stokken en weet vierkant staal ook nog rond te krijgen. En dat alles op één aanbeeld met een zware hamer en een drevel. En wij maar kijken en ons verwonderen hoe vlot en handig alles gaat.

Dan neemt Age ons mee naar een ander deel van het museum en laat ons kennis maken met de techniek van het buigen van dikke planken met gebruik van water, vuur en een zwaar gewicht. Ook de kunst van het pen en gat systeem om die gebogen planken aan de spanten vast te maken, wordt ons getoond. Tot slot laat hij zien hoe het dichten van de naden, het breeuwen met hennep en katoen verloopt. Iets verderop zien we hoe met gebruik van blokken zware gewichten kunnen worden opgehesen. Minkje wordt in het zeel geplaatst; ze staat meteen in de houding van een scharduw uit vroeger tijden. Dan komt het verduurzamen van de katoenen zeilen met taan aan de beurt.

         

Na al deze wetenswaardigheden gaan we een smalle trap op naar boven waar drie roefjes staan, maar net gered van de brandstapel door Age en de zijnen. Zij zijn o.a. afkomstig van de Skûtsjes van de IFKS die voor de wedstrijden van overbodig gewicht werden ontdaan. Ook hier vertelt onze gids vrolijke en droevige verhalen over de bewoners van deze minuscule woonruimten...
En dan nog een smalle trap op. We komen op zolder waar heel veel foto's staan: Zwart-wit uit vroeger tijden en in kleur met het skûtsjesilen zoals het nu gaat...

Daarna dalen we af naar de gelagkamer waar we nog een kop koffie krijgen. We nemen afscheid van onze gids en rijden terug naar het clubhuis waar versnaperingen en drank op ons wachten. Als tien minuten later Henk Baukema ook in het roefke verschijnt, is de middag helemaal geslaagd met dank aan de activiteitencommissie.

Wim Breuk

 

« terug naar het overzicht